Het principe is eenvoudig: groenafval uit natuurgebieden krijgt een tweede leven op landbouwgrond als compost. Vandaag moet dat afval vaak nog via de afvalintercommunale verwerkt worden, wat extra kosten met zich meebrengt. In het pilootproject wordt het rechtstreeks naar landbouwers gebracht, waar het wordt verwerkt tot een voedzame bodemverbeteraar. Zo kan bijvoorbeeld tot vijftien ton snoeiafval nodig zijn om één hectare grond te verrijken.
Toch botst een brede uitrol voorlopig op regelgeving. Om het systeem structureel toe te passen, zijn er op Vlaams niveau nog heel wat juridische vragen. Zo kan een stad geen landbouwnummer aanvragen en zijn er onduidelijkheden rond vergunningen en praktische voorwaarden. De invoering van een duidelijk kader werd al uitgesteld tot 2027.
Intussen wordt het proces technisch verder verfijnd. Het Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver begeleidt het composteren en ziet erop toe dat factoren zoals temperatuur en zuurstofgehalte optimaal blijven. Dat is cruciaal om kwalitatieve compost te verkrijgen.
Mechelen wil alvast mee aan tafel zitten om samen met Vlaanderen werk te maken van een werkbaar systeem. De stad ziet in het hergebruik van groenafval een duurzame oplossing die zowel kosten kan drukken als de landbouw ten goede komt.