15u46

Onze Mening: Onze oh zo mooie koterij

Elke komiek zal het bevestigen: timing is alles. Zelfs de beste grap, brengt mensen amper aan het lachen als je ze op het foute moment vertelt. Terwijl een slechte grap nog wel eens kan werken, als het moment maar goed is.

Je moet je momenten dus kiezen. En dat geldt uiteraard niet alleen voor comedians.

Sporters bijvoorbeeld. Zeker diegenen die niet elke week de groene grasmat op moeten voor een nieuwe voetbaltopper, voor hen is het toch dikwijls goed mikken en op het juiste moment pieken.

Neem nu een Loena Hendrickx. Vier jaar trainen om eeuwige roem en een olympisch diploma te halen op het ijs in Peking. Maar het moet dan en daar wel echt gebeuren natuurlijk. Wellicht had ze dan ook zelfs op meer gehoopt met haar blakende conditie.

Dat bewees ze op het WK. Met een knappe zilveren medaille. Een kniesoor zou zeggen: ja, als de Russinnen er niet bij zijn.

Maar die vergeet dan wel dat ze - met of zonder die Russische tegenstand - simpelweg een knalprestatie, met dus veel punten, neerzette. En die schaatst dan wel heel snel voorbij aan het feit dat er soms toch ook wat duistere kantjes zijn aan de prestaties van die gedoodverfde medaillekandidaten aan de andere kant van de Oekraïense grens.

En als we dan nog even op het ijs blijven. Wat te denken van shorttrackster Hanne Desmet?

Het ene moment hang je laatste in de finale. Het volgende moment liggen er twee voor jou tegen het ijs. En zo sta je dan nog wat later met een blinkende medaille om je nek op het podium.

Maar soms kan ook voor een sportman het moment niet slechter vallen. Heb je je tijdens de donkere wintermaanden afgebeuld om in deze lente in topvorm te zijn. En dan lig je voor de hoogmis van het Vlaamse wielervoorjaar ziek in je bed met één of ander virus.

Al zijn we sinds twee jaar nu wel heel voorzichtig om iets als een griep of een virus nog banaal te noemen.

 

Serieuze zaken

 

In de plaats van op het puntje van onze stoel te supporteren omdat we meestrijden in de kopgroep, wordt het zo dus languit in de zetel liggen en met misschien zelfs een tikkeltje afgunst toekijken hoe buitenlandse sterren schitteren op onze wegen. En genieten van de mooie vergezichten in Vlaamse velden.

En misschien hopen op dat ene mirakel dat dan plots ons wielerhart blij maakt. Dat kleine gelukje dat we niet zagen komen.

Als het over de koers gaat, vind ik dat zelfs helemaal nog niet zo erg. Integendeel, dat is net de charme van het wielrennen, zeker op Vlaamse kasseien.

Alleen gaat het ook in serieuze zaken soms iets te veel op die manier.

Ook dan is het dikwijls typische Belgische koterij. Bouwden we een keukentje bij aan, omdat er eten op tafel moet komen. Daar achter nog een badkamertje. Omdat nu éénmaal daar de waterleiding lag en het handig was om daar dan maar ineens de douche te installeren…

Enfin, u kent het. Zoals gezegd: typische koterij zoals we ook tijdens de koers weer dikwijls kunnen zien wanneer de coureurs daveren en dokkeren over die kasseien of, al even lastig, die macadamwegen.

Bricolage. Niet alleen zien nog veel van onze huizen er zo uit. Maar ons hele leven. Helaas.

Beslissen we bijvoorbeeld 20 jaar geleden om uit kernenergie te stappen. Of neen, beslissen we 20 jaar geleden om 20 jaar later dat te gaan beslissen. Om dan in die 20 jaar daartussen niets te doen.

Geen één enkele intentie voor een duurzame oplossing daarna. Als het zover is, knutselen we er wel een keuken aan.

En na 20 jaar is dan plotseling de oplossing gas verbranden om energie op te wekken. Dan hebben we zelfs een schurkenstaat nodig, of neen een staat met een schurk aan het hoofd, om ons eraan te herinneren dat dat misschien toch niet de beste, en al zeker niet de meeste duurzame of groene, oplossing is.

 

En opnieuw…

 

Zo doen we het iedere keer weer opnieuw. Is er een probleem? Stellen we een oplossing eerst zo lang mogelijk uit, in de hoop dat het antwoord als manna uit de hemel valt. Zoals we bij afwezigheid van onze topfavoriet in de koers moeten hopen dat een outsider alle andere kanshebbers kan verrassen.

Als dat niet werkt, dan passen we er wel een mouw aan. Of neen, een badkamer na die keuken, zoals er nog veel koterijen zijn.

Zo komt het dat jonge boeren stilaan radeloos zijn. Dat zagen we deze week nog maar eens. Dat stikstof een probleem is, waaraan iedereen, ook en zeker de landbouw, zijn steentje moet bijdragen, dat weet iedereen. Ook die boeren.

Maar het probleem laten gisten tot het niet verder kan, is niet de oplossing. Iedereen had de afgelopen jaren de mond vol over de korte keten. Kleine lokale landbouw op mensenmaat. Diezelfde schurkenstaat drukt ons ook hier weer met de neus op de feiten. Al een aanzet tot een goed doorploegde en doorwrochte oplossing gezien?

Zelfde verhaal met de prijzen die de pan uit swingen. Niet alleen de gas- en elektriciteitsprijzen trouwens. Ook die van onze frietjes en ons dagelijkse brood. Toch eens met de boeren praten?

Maar ook met de stijgende levensduurte is het weer hetzelfde. Morrelen in de marge. Wat bijbouwen om even droog en warm te zitten. Om gewoon maar even gerust te zijn. Of tenminste van de ergste last verlost te zijn.

Wat prutsen aan de index bijvoorbeeld. Om dan vast te stellen dat de lonen moeten stijgen. Zodat de prijzen weer moeten stijgen omdat werkgevers hun werknemers anders niet meer deftig kunnen betalen. Waardoor die werkende mensen weer meer loon moeten hebben om alles te kunnen betalen…

Een btw-verlaging hier en een subsidie daar. Een tegemoetkoming zus of een compensatie zo.

Een Dafalgan helpt ook. Je voelt je wat beter. Maar daarom ben je nog niet goed genoeg om te koersen. Laat staan te winnen.

Intussen blijven de problemen wel. En zijn het zelfs niet alleen de allerarmsten die pijn worden gedaan in hun portemonnee.  Maar zolang politici denken dat de gemiddelde Belg twee huizen heeft. Of misschien zelfs drie…

En ja, een inleefweek in armoede is mooi voor de camera’s. Maar voor veel mensen is het leven daadwerkelijk een dagelijkse Expeditie Robinson en geen blinkende show onder de spotlights in één of ander dierenkostuum.

En dat besef is misschien wel eens nodig om helemaal opnieuw te beginnen. En om die oh zo mooie koterij toch maar eens af te breken.

Want zelfs al ademen die koterijen langs onze macadamwegen nog een beetje nostalgie en charme uit. Binnen is het in de meeste gevallen vooral tochtig en lek.

 

De hoofdredactie