1.300 volwassenen wanen zich weer even kind tijdens Night@Technopolis

Technopolis Night@Technopolis volwassenen wetenschapsmuseum
© Technopolis / Vincent Gorissen

Als je denkt dat Technopolis enkel voor kinderen is, dan zit je toch grondig mis. Want gisteravond tijdens Night@Technopolis waren het niet de kids, maar wel de volwassenen die de boel op stelten mochten zetten in het wetenschapsmuseum.

Je zal het vroeger ongetwijfeld ook wel eens gedaan hebben met school: een bezoekje brengen aan Technopolis. Het museum is gebouwd op maat van kinderen om wetenschap te ontdekken. Maar er zijn toch ook heel wat 18-plussers die stiekem ook eens willen ronddwalen in het museum.

Daarom organiseerde Technopolis vrijdag voor de tweede keer Night@Technopolis. Een evenement waarbij enkel volwassenen welkom zijn. Zo'n 1.300 meerderjarigen schreven zich daarvoor in en waanden zich nog eens een keer een ontdekkend kind in Technopolis.

De eerste editie werd vorig jaar gehouden, ter ere van de 25ste verjaardag van het doe-centrum. Maar vanwege het overdonderende succes besloot het museum het dit jaar gewoon terug te brengen. En duidelijk met succes: het evenement was enkele weken geleden al hopeloos uitverkocht.

Technopolis Night@Technopolis volwassenen wetenschapsmuseum
© Technopolis / Vincent Gorissen
Technopolis Night@Technopolis volwassenen wetenschapsmuseum
© Technopolis / Vincent Gorissen

Van silent disco tot kabelfietsen

De bezoekers werden ook in de watten gelegd. Zo was er een wetenschapscafé, een silent disco en zelfs een 90s afterparty. En daarnaast was ook het volledige museum open om te ontdekken.

Op de fiets op de kabel rijden, in een zeepbel staan, een show meemaken... Normal gezien doen enkel kinderen het. Maar gisteren was het dus ook aan de iets grotere kinderen om zich in de verschillende activiteiten uit te leven.

Technopolis ziet dat de nostalgische golf enorm aanslaat en denkt al aan een derde editie volgend jaar. Zo gelooft het doe-centrum dat er geen leeftijd staat op nieuwsgierigheid en verwondering. De 1.300 inschrijvingen als het levende bewijs daarvan.