Afscheid zelf vorm gegeven
De plechtigheid werd geleid door Johan Verstreken, een van Hermans’ beste vrienden. Hij benadrukte dat Margriet zélf nog mee vorm gaf aan haar afscheid: ze koos de muziek, bepaalde wie het woord kreeg – en evenzeer wie niet.
Naast familieleden, waaronder haar petekinderen, hadden enkele collega’s bijzonder mooie woorden voor Margriet. Marc Dex, die aan het begin stond van Margriets zangcarrière nam als eerste het woord. Met warme woorden en een vleugje humor nam hij afscheid: “Je bent jezelf gebleven. Met een warm hart voor iedereen en dicht bij de mensen. Als je daarboven aankomt – als ze je binnenlaten tenminste – laat ze maar eens goed lachen. En laat er al je mooie liedjes maar eens horen.”
“Alles te danken aan wie ze was”
Luc Appermont, haar goede vriend en collega doorheen decennia, van de Baccarabeker tot De Zoete Inval stond in zijn persoonlijke speech stil bij een minder zichtbare kant van Hermans. “Men zegt weleens dat Margriet geluk heeft gehad. Ik denk dat ze nooit geluk heeft gehad,” zei Appermont. “Wat ze bereikt heeft, heeft ze te danken aan wie ze was.” Hij sprak ook over haar kwetsbaarheid, die zelden benoemd werd: “Ben ik wel goed genoeg? Gaan ze mij wel serieus nemen?” Maar net die onzekerheid werd haar kracht. “Door haar intelligentie heeft ze die kwetsbaarheid omgezet in strijdlust: ‘Ik wil en zal mijn droom realiseren.’”
“Wat je zag, was wie ze was”
Micha Marah, bestuurslid van Vlapo, collega, goede vriendin én achternicht van Hermans, schetste tijdens haar toespraak een eerlijk en warm portret van Margriet. Ze herinnerde eraan hoe Hermans zich jarenlang inzette voor Vlapo, de vakorganisatie die ze zelf oprichtte.
“Margriet laat een spoor achter dat niet vervaagt,” klonk het. “Een spoor van talent, warmte en menselijkheid.” Volgens Marah lag haar grootste kracht in haar echtheid: “Geen masker of façade. Wat je zag, was wie ze was. Grappig, soms koppig, maar altijd authentiek.”
Een van de meest aangrijpende momenten kwam er op het einde van de speech van Micha Marah. Zichtbaar geëmotioneerd richtte ze zich tot het publiek met woorden die Margriet vaak zelf gebruikte: “Dames en heren: uw applaus voor Margriet Hermans.” Wat volgde was een langdurige staande ovatie die de kapel en de omgeving errond vulde met respect en dankbaarheid.