Thomas More krijgt groen licht om op de Innovatiecampus in Geel een Praktijkcentrum Insecten uit te bouwen. Vanaf 2027 wordt het centrum tijdelijk ondergebracht op het provinciale Proefbedrijf Pluimveehouderij. Het moet uitgroeien tot een test-, opleidings- en innovatiecentrum waar landbouwers, onderzoekers, bedrijven en overheden samenwerken aan de verdere ontwikkeling van de Vlaamse insectensector.
Thomas More Geel bouwt praktijkcentrum Insecten: verdere ontwikkeling Vlaamse insectensector
Het praktijkcentrum bouwt voort op tien jaar onderzoek van Thomas More en KU Leuven naar insectenkweek, met bijzondere aandacht voor de zwarte soldatenvlieg. De larven van deze insectensoort zetten reststromen om in waardevolle grondstoffen zoals eiwitten, vetten, chitine en meststoffen. Die vinden onder meer toepassingen in de landbouw, cosmetica en industrie.
Drempel verlagen
Volgens onderzoekscoördinator Sabine Van Miert biedt het centrum de infrastructuur die nodig is om insectenkweek op bedrijfsschaal te demonstreren en verder te ontwikkelen. Landbouwers krijgen er toegang tot praktijkgerichte opleidingen, demonstraties en begeleiding. Zo wil Thomas More de drempel verlagen voor ondernemers die interesse hebben in insectenkweek als duurzaam en toekomstgericht verdienmodel.
Ook de provincie Antwerpen ondersteunt het initiatief. Via de samenwerking met het Proefbedrijf Pluimveehouderij worden onderzoek, innovatie en landbouwpraktijk samengebracht op één locatie. Het centrum past bovendien binnen de bredere ambitie van de Innovatiecampus Geel om duurzame technologieën en circulaire economie te stimuleren.
Praktijkdata verzamelen
Naast onderzoek en opleiding zal het Praktijkcentrum Insecten ook praktijkdata verzamelen over onder meer uitstoot van stikstof, methaan, koolstofdioxide en fijn stof. Deze gegevens kunnen landbouwers en beleidsmakers helpen bij de verdere uitbouw en evaluatie van de sector. Het project maakt deel uit van het Europese EFRO GTI-Kempen-programma. In 2026 worden de faciliteiten ontworpen en gebouwd. De ingebruikname is gepland voor begin 2027, met een volledige operationele werking tegen midden 2027 en 2028.